Historie - Gebouw en naamgeving Theo Driessen

Helmond kende in het begin van de jaren vijftig van de twintigste eeuw geen uitvoeringen van professionele kamermuziek. De stad beschikte ook niet over een ruimte waar die tot hun recht konden komen. Daar kwam verandering in toen vanuit het particuliere initiatief van Theo Driessen een Instituut werd gebouwd dat akoestisch speciaal geschikt was voor koorzang en instrumentale muziekbeoefening. Er werd een Vereniging opgericht met een beperkt aantal leden bestaande uit geïnteresseerde notabelen uit Helmond, die er op stonden dat het gebouw de naam van de initiatiefnemer zou krijgen: Theo Driessen Instituut. Uiteraard werd Driessen, die onderwijzer was en later hoofd van de jongensschool in de buurt waar het gebouw stond, directeur van dat Instituut, zodat hij er in kon repeteren met het jongenskoor, het kerkkoor en met de diverse blokfluitgroepen.

 

Veel Helmonders zullen het Theo Driessen Instituut als gebouw wel kennen, maar over het Instituut en zijn naamgever valt veel te vertellen wat velen niet weten. Over het lesgeven aan kinderen aan de St. Jozefschool. Over zijn liefde voor Gregoriaanse muziek en de Ward-methode. En over de activiteiten in het Instituut dat zijn naam draagt.

Kort samengevat
In 1924 kwam de op 29 september 1901 in Asten geboren Theo Driessen naar Helmond om les te geven aan de St. Jozefschool in de nog jonge St. Jozef Parochie. Hij kwam in een buurt waarin, geînspireerd door bouwpastoor Van Leeuwen, van alles gedaan werd voor de jeugd. Van de talenten van Driessen op het gebied van de muziek werd dan ook gretig gebruik gemaakt. Kort na zijn komst naar Helmond werd hij dirigent van het St. Jozefkoor.

 

In 1929 werd hij dirigent van het in dat jaar opgerichte jongenskoor de St. Jozefzangertjes. En met dat koor had hij internationaal succes. Zo werd het in 1946 door Nederland afgevaardigd naar een Unesco-tentoonstelling in het Pedagogisch Museum in Parijs, als blijk van wat kinderen in Nederland kunnen. Later volgden vele koorreizen voor een optreden, zoals in 1949 naar Bern. 
De werkzaamheden van Driessen voor Helmond bleven niet beperkt tot deze koren. Hij stond aan de wieg van de Morris- en volksdans-groepen, de Gregoriusverkenners en gaf blokfluitlessen. In de jaren vijftig stimuleerde hij zeer muzikale leerlingen om in Tilburg of Venlo les te gaan halen op fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot, zodat het muzikale aanbod in de stad op een hoger niveau gebracht kon worden.
Wat hij nog miste, was de mogelijkheid om met al deze groepen in een gepaste omgeving te oefenen. In 1953 werd die wens van Driessen werkelijkheid. Niet alleen hij, maar ook veel begunstigers brachten geld bij elkaar voor een gebouw waarin alle activiteiten van Driessen gebundeld konden worden. Op 2 oktober 1953 was de officiële opening. Tijdens de openingsplechtigheid ontving de grote stimulator de ridderorde van Oranje Nassau voor wat genoemd werd "een kwart eeuw apostolaat onder de jeugd". Een klein jaar later kon in het gebouw het zilveren jubileum van de St. Jozefzangertjes gevierd worden, waarbij de heer Driessen ook een pauselijke onderscheiding kreeg.

Een van de ideeën van Driessen was: mensen die zelf muziek maken moeten ook leren luisteren naar hoogwaardige, professionele voorbeelden. Vanuit die gedachte nodigde hij aanvankelijk musici van het pas opgerichte Brabants Orkest uit om in het Theo Driessen Instituut concerten te komen geven. Dat werd het begin van een sinds 1954 ononderbroken reeks kamermuziekconcerten in Helmond, namelijk "De Kamermuziekcyclus Theo Driessen". Kinderen die bij het koor of bij andere activiteiten betrokken waren mochten voor een kwartje komen luisteren vanaf het balkon in de zaal, waar Driessen zelf ook ging zitten om er op toe te zien dat ze ook echt luisterden.


Het artistieke beleid van het vrijwilligers Comitë is erop gericht een gevarieerde keuze te maken uit het best beschikbare en betaalbare aanbod in Nederland. De grote buitenlandse kunstenaars zijn nauwelijks te betalen en vinden hun weg op de podia in Eindhoven, Tilburg en andere grote steden. Vaak worden jonge mensen geëngageerd die later heel bekend worden. Daarvoor blijkt het Comitë een goede antenne te hebben. Zo zijn vrijwel alle grote musici en kamermuziekensembles in het Theo Driessen Instituut te gast geweest.

 

Een speciaal accent ligt altijd op de oude muziek, vooral op de blokfluit, omdat er zoveel mensen in het Theo Driessen Instituut blokfluit leerden spelen. Vermoedelijk hebben alle bekende blokfluitisten van Nederland hier wel eens een concert gegeven: Frans Brüggen het meest, maar ook Kees Otten, Johannes Colette, Quadro Hotteterre, Studio Laren, Syntagma Musicum, Amsterdam Loeki Stardust Quartet, Camerata Trajectina, Brisk. Ook Ook Klára Würtz, Maarten Koningsberger, Andrë Morsch, Johannette Zomer, Lisa Jacobs, Rick Stotijn, Storioni Trio en vele anderen waren te gast. Het beleid is er ook op gericht zoveel mogelijk groepen te bewegen ook moderne muziek te laten horen als dat binnen de mogelijkheden ligt.

Ter gelegenheid van de 50ste muziekcyclus werd een reeks van vijf concerten georganiseerd. Tijdens het eerste concert werd het programma onder de titel 'De Pelgrimsjaren van Franz Liszt', uitgevoerd door Yoram Ish-Hurwitz, piano, en met literaire omlijsting door Frëdëric Bastet aan wie in mei 2005 de P.C. Hooft-prijs is uitgereikt voor zijn gehele oeuvre. Eveneens ter gelegenheid hiervan is, door financiële donaties van de Vrienden van het Theo Driessen Instituut, het mogelijk geworden dat de concertzaal thans beschikt over comfortabele concertstoelen.

In de loop van de tijd heeft het Comitë geëxperimenteerd met vijf, zeven of acht concerten per seizoen, maar na bezuinigingen in de jaren tachtig zijn wij uitgekomen op vier concerten. De gemiddelde bezettingsgraad van de zaal (120 plaatsen) is ongeveer 99%. De bekostiging van de serie geschiedde aanvankelijk veelal uit subsidies van de gemeente, van het rijk, van de provincie en via het Nederlands Impresariaat, maar geleidelijk aan kwam de provinciesubsidie te vervallen en verdween het Impresariaat. De laatste jaren ontvangen wij subsidie van de Gemeente Helmond, en een kleine financiële bijdrage van RABObank Helmond. De subsidies worden in totaliteit aangewend voor de honoraria van de artiesten. Faciliterende zaken om de concerten te laten plaatsvinden worden geheel door vrijwilligers ingevuld. Door dit alles kunnen concerten ten gehore worden gebracht in een ruimte die opvalt door de voortreffelijke akoestiek die directe betrokkenheid van het publiek op deze vorm van muziek mogelijk maakt: de kamermuziek

Het Comitë heeft in november 2007 van de Stichting Burgemeester Geukersfonds een donatie ontvangen met als motivering dat met deze schenking een bijdrage wordt gegeven aan de continuering van een waardevolle culturele activiteit in de stad Helmond. Van deze donatie zijn in 2008 extra stoelen aangekocht. Dit omdat de afgelopen jaren de concerten steeds totaal waren uitverkocht en de vraag naar meer verkoop van kaarten steeds dringender is geworden.

Het Theo Driessen Instituut, zoals gesticht na oud-papieracties in de jaren vijftig en voor een deel met eigen geld van Theo Driessen, wordt volledig gerund door vrijwilligers in bestuur en beheer zonder financiële bijdrage van de overheid. De exploitatie steunt op de gebruikersbijdragen van de verschillende verenigingen. Door de ontvangen donaties van de afgelopen jaren is het eveneens mogelijk geweest de concertzaal te voorzien van een adequate verlichting en verwarming en kan de Kamermuziekcyclus beschikken over een prima concertvleugel.

 

De Kamermuziekcyclus is ëën van de vele gebruikers van het Theo Driessen Instituut. Daarnaast wordt het gebouw gebruikt door Capella Musica Sacra, het Helmonds Gemengd Koor Vivace, het Helmonds Kamerkoor, het Helmonds Vocaal Ensemble, de Morrisdansgroep Helmond, het St. Jozefkoor, het Stedelijk Helmonds Seniorenkoor, het Symphonieorkest Helmond-Venray en de Joshua Gemeente. De concertzaal wordt ook gebruikt voor radio-opnamen en voor workshops door koren en uitvoeringen van concerten.